Het Paraplubestemmingsplan Kleinschalige Windturbines Wijk bij Duurstede

Op 15 december 2020 vond u op onze website onder de titel Reactie Windmolenplan Langbroekerwetering de Zienswijze van de Historische Kring Tussen Rijn en Lek op het Paraplubestemmingsplan van de Gemeente Wijk bij Duurstede.

Er werden 184 Zienswijzen ingediend.  De reactie hierop is door een extern bureau, SBA – adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling – die ook het oorspronkelijke plan schreef, behandeld en geschreven. De voornaamste items in relatie tot de Zienswijze van de Historische Kring Tussen Rijn en Lek hebben we er voor u uit gelicht en vindt u hieronder. De volledige Nota (88 pagina’s) kunt u vinden in dit document.

In onze zienswijze schreven we: “Wij zijn voor een duurzame samenleving met gebruikmaking van duurzame energiebronnen maar wel met een zorgvuldige afweging en onderbouwde keuzes t.a.v. waar, welke vorm van energieopwekking plaats moet vinden.” Voor alle duidelijkheid en om misverstanden te voorkomen willen we daar nog het volgende aan toevoegen: het Paraplubestemmingsplan kleinschalige windturbines is GEEN onderdeel van de RES (Regionale Energie Strategie) Kromme Rijngebied, die probeert om onze regionale opgave voor de nationale energie transitie te verwezenlijken met grote oppervlakten aan zonnevelden en mega-windmolens (240m hoogte = 2x hoogte Dom). Het Paraplu-plan is/was louter bedoeld om lokale boeren/ondernemers te faciliteren om op eigen terrein en voor eigen gebruik ‘kleine’ windmolens (met subsidie) te plaatsen. Ze zijn niet bedoeld om aan het openbare net stroom te leveren want dat is gezien de beperkte capaciteit van het lokale stroomnet niet mogelijk.

De SBA heeft de 184 zienswijzen zorgvuldig geïnventariseerd en het plan op een paar punten aangepast aan de wensen. Het College is intussen akkoord gegaan met het herziene plan. De Historische Kring Tussen Rijn en Lek, maakt zich – met 183 anderen – nog steeds grote zorgen, voornamelijk omdat er veel vage teksten in het stuk staan, waar men nog alle kanten mee op kan.

Hieronder twee voorbeelden:

Coulisselandschap Langbroekerwetering

Het coulisselandschap langs de Langbroekerwetering heeft een hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde, vanwege de verkavelingsstructuur, monumentale lintbebouwing en landgoederen. Daarom gelden hier extra voorwaarden voor de realisatie van kleinschalige windturbines. Voor kleinschalige windturbines in het coulisselandschap geldt namelijk: ja, mits een advies van een onafhankelijke landschapsdeskundige is verkregen.

Hierdoor blijft het cultuurhistorisch belang van het coulisselandschap gewaarborgd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het uitgangspunt bij initiatief-aanvragen straks zijn: denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen. Van “nee, tenzij” naar “ja, mits” als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Dit bestemmingsplan sorteert dan ook voor op de Omgevingswet door te kiezen voor een ‘’ja, mits’’ benadering.

Maximumaantal windturbines

Daarnaast is besloten om een maximumaantal kleinschalige windturbines in te stellen in het Langbroekerweteringgebied. In dit gebied wordt slechts één kleinschalige windturbine toegestaan en wel ter plaatse van het perceel Gooyerdijk 21 te Langbroek. Voor dit perceel is recent een aanvraag ingediend. De gemeente wenst dit verzoek te honoreren. In de rest van worden echter geen andere windturbines toegestaan. Daartoe wordt op de verbeelding de gebiedsaanduiding ‘overige zone – coulissenlandschap’ opgenomen. In de regels wordt bepaald dat ter plaatse van deze aanduiding slechts één windturbine is toegestaan.

Onze reactie      

De Historische Kring Tussen Rijn en Lek constateert dat in de reactie op onze en vele andere ingediende zienswijzen er serieus gekeken wordt naar de uniekheid van het Langbroekerweteringgebied en maatregelen om dit te behouden. Maar dan blijven ons toch een aantal zaken verwonderen en verontrusten, zoals

  1. Er is nog slechts sprake van 1 kleine windmolen in het Langbroekerwetering volgens de reactie Zienswijzen (gedateerd op 30 april jl. maar pas publiek op 14 mei jl.) maar in het persbericht van de gemeente WbD (11 mei jl.) zegt wethouder Hans Marchal “Op dit moment ligt er 1 concreet verzoek van een boer voor een erfmolen in het Langbroekerweteringgebied. Vandaar dat we 1 kleine windmolen willen toestaan. Daar houden we het vooralsnog bij. We zien dit als proef. Met het gebied gaan we in gesprek of er in de toekomst misschien een paar kleine windmolens bij kunnen komen”. De eerste uitspraak is klip en klaar maar de tekst in het persbericht geeft een onrustig gevoel (1 schaap over de dam dan volgen er vanzelf meer…) en weinig vertrouwen dat het bij deze ene blijft.

En de reden “1 concreet verzoek” om 1 molen toe te staan is een hele dunne onderbouwing voor het verstrekken van een vergunning en zet de deur wijdt open voor procedures in het kader van precedent werking (Als jij het mag dan mag ik het ook)  

Wij blijven dus TEGEN kleine (of grote) windmolens in het Langbroekerweteringgebied

  • In onze zienswijze vroegen wij ook om een uitgewerkte visie waarin er een duidelijk onderscheid gemaakt zou worden tussen het Langbroekerweteringgebied en de rest van het buitengebied. Grofweg noord en zuid van de N229. Dat dit niet van vandaag op morgen te realiseren is, begrijpen wij ook maar we missen iedere beweging in deze richting. Met een goede (omgevings-) visie en een uitgewerkt beleidskader heb je geen gerommel in de marge meer en hoeven we niet continu alert te zijn of er via een achterdeur toch iets geregeld wordt. Een gemiste kans dus.

  • In een artikel in het AD (28 april jl.) is er nog sprake van kleine windmolens met een ashoogte van 15 m in het Langbroekerweteringebied (20 m daarbuiten) nu gaat het in de reactie Zienswijzen wederom over 20m (met tiphoogte van 32,50 m) overal. Dus hoe valt deze uitspraak (hij spreekt dan ook nog van max. 5 kleine windmolens in Langbroekerweteringebied) van wethouder Marchal te rijmen met die uit de Nota Zienswijzen? Het is het een of het ander. Wederom een argument voor ons om TEGEN windmolens (klein of groot) in dit gebied te zijn.

  • Collega’s van ons, Erfgoedvereniging Bond Heemschut maakte terecht een opmerking over het volgende “Indiener constateert dat het college in het gehele buitengebied, dus ook in de Langbroekerwetering en langs de dijken, uitgaat van het principe ‘ja, mits’. Hoewel uitnodigingsplanologie door de Rijksoverheid gepropageerd wordt, is indiener van mening dat binnen waardevolle cultuurhistorische gebieden het uitgangspunt zou moeten zijn: ‘nee, tenzij’. Wij zijn het hier volledig mee eens en het lijkt in de beantwoording alsof de gemeente hierin ook mee gaat, gezien de reactie ‘Leidt tot aanpassing”, zie Hfst. 3 waar hierover het volgende staat vermeld “Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het uitgangspunt bij initiatief-aanvragen straks zijn: denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen. Van “nee, tenzij” naar “ja, mits” als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Dit bestemmingsplan sorteert dan ook voor op de Omgevingswet door te kiezen voor een ‘’ja, mits’’ benadering.” Verwarrend en dus GEEN aanpassing in de gewenste richting. Jammer!


Zaken die we graag ondersteunen en gerealiseerd willen zien, zijn de volgende:

  1. De zinsnede “In de beleidsnota wordt vermeld dat eerst de daken van de bedrijfsbebouwing optimaal benut moeten worden ten behoeve van zonne-energie, indien mogelijk”, is uit ons hart gegrepen! Een google-vlucht over het Langbroekerweteringgebied (evenals het Industrieterrein Broekweg) levert een schrijnende aanblik van lege daken op. We hopen dan ook dat de toevoeging “indien mogelijk” niet de uitvlucht biedt om hieraan niets te doen.
  2. In hetzelfde kader kijken we positief aan tegen de diverse opmerkingen/kanttekeningen rond het industrieterrein Broekweg: ruimte voor kleine windmolens en zon op het dak!


Hoe nu verder? Aangezien er nog 183 andere indieners zijn, overleggen we dit eerst met (een aantal van) hen. Procedureel ziet het er als volgt uit: het is voor indieners niet mogelijk in bezwaar te gaan tegen deze Nota Zienswijzen. Het college heeft die op 11 mei jl. vastgesteld en het woord is nu aan de Raad (voorbespreking: waarschijnlijk wordt dit 22 juni a.s. en besluitvorming op 6 juli a.s.), waarbij indieners de mogelijkheid nog hebben om in te spreken. Zijn we het oneens met de vaststelling van het uiteindelijke plan dan rest ons alleen nog een gang naar de Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak). Voor die tijd proberen we de publieke opinie en de raad zoveel mogelijk te infomeren en te overtuigen van onze visie en standpunten.

Frits van der Leije, 27 mei 2021

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *