Geschiedenis Houten

Geschiedenis Houten

De eerste bewoning in Houten komt voor in de Vroege Bronstijd. Rond het jaar 2000 voor het begin van de jaartelling is er incidenteel bewoning langs de Rijn, die toen door Houten stroomde. Vanaf de IJzertijd neemt de bewoning verder toe. De Rijn heeft zich dan verlegd via een nieuwe route langs Cothen en Odijk. De grond in Houten is vruchtbaar en kent veel watervoerende restgeulen.

Op de hogere stroomruggen gaan mensen zich vestigen. Er ontstaan kleine boerderijen. Bij de bouw van Houten-Zuid zijn in de periode 1997-2012 veel archeologische opgravingen gedaan. Daarbij is op de plek van de huidige wijk Castellum een boomstamkano uit de Midden IJzertijd gevonden.


Vooral in de Late IJzertijd en Romeinse tijd zijn er veel nederzettingen. Er zijn in Houten dan ook diverse archeologische sporen uit deze periode gevonden. In eerste instantie gaat het om Keltische bewoning (Eburonen) en later om Bataven. De bevolking staat in de Romeinse tijd volledig in dienst van de Romeinse legereenheden die vlakbij in Fectio zijn gehuisvest.

Naast diverse Romeinse nederzettingsterreinen kennen we ook minimaal twee stenen gebouwen uit de Romeinse tijd. De ene is te vinden op de Burgemeester Wallerweg en de andere is te vinden bij de fietstunnel bij de Molen. Na het jaar 300 verdwijnt de bevolking en blijft er incidenteel bewoning achter.

Aanvang geschreven geschiedenis Houten

Houten is rond het jaar 700 ontstaan en is dan niet groter dan enkele boerderijen rond de restanten van een oude Romeinse villa. Het gehucht draagt de naam Haltna en is gelegen in een bosachtige omgeving op de Jutphase stroomrug. Al vrij vroeg is er een kerk in Haltna, die aan het eind van de negende eeuw voor het eerst wordt genoemd.

Na de Noormannen-periode valt Houten onder het gouw Opgooi, dat wordt bestuurd door de Heer van Goye, vanuit zijn kasteel in ‘t Goy. Langzamerhand breekt de bisschop in Utrecht de macht van Ten Goye af en ontstaat het gerecht ’t Goy en Houten. In deze periode worden ook de moerassen rond Houten ontgonnen. De lagere delen zoals Wulven en Schonauwen (Vuijlcop) worden drooggelegd en vormen een eigen gerecht. Vanuit boerderijcomplexen rond Houten wordt de stad Utrecht van agrarische producten voorzien.

Houten wordt in 1421 door Gelre geplunderd en volledig platgebrand. In de jaren erna is het niet veel beter met dijkdoorbraken, pestuitbraken en het gevaar van vreemde rovende legers. Bedevaartgangers trekken naar kasteel Wulven, waar een Mariabeeldje is die wonderbaarlijke genezing kan bieden. Wanneer in 1528 de macht van de Utrechtse bisschop stopt, start de wederopbouw.

Doorgaande route

In de 16e eeuw krijgt het dorp Houten een nieuwe beeldbepalende kerktoren. Reizigers vanuit Utrecht naar het zuiden maken in Houten bij deze kerktoren de keuze voor de weg naar Tiel of naar ’s Hertogenbosch. Houten is dan ook de pleisterplaats bij uitstek waarbij diverse herbergen verschijnen. Franse legers vallen in zowel 1672 als in 1795 binnen. Wanneer ze de laatste keer vertrekken zijn de gerechten opgeheven en de gemeentes ontstaan. Ook zijn er voortaan twee kerken in het dorp.

In de twee eeuwen erna verandert het landschap snel. Er komen wegen, spoorlijnen, bruggen, een kanaal, waterliniewerken en huizen. Tijdens de Tweede wereldoorlog wordt het dorp geëvacueerd en in 1944 meerdere malen gebombardeerd. Het westelijke deel van Houten wordt onder water gezet.

Daarna begint de groei echt. Utrecht annexeert in 1954 het meest noordelijkste deel en Houten fuseert met Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Na twee groeitaken is Houten uitgegroeid tot 50.000 inwoners in 2019.

Meer informatie