Geschiedenis Houten

Geschiedenis Houten

De eerste bewoning in Houten kwam voor in de Bronstijd. Al rond 2000 voor Christus was er bewoning langs de Rijn die toen door Houten stroomde. In de IJzertijd nadat de Rijn zich had verlegd via Cothen en Odijk, neemt de bewoning toe. Vooral in de Late IJzertijd en Romeinse tijd waren er veel nederzettingen. Er zijn in Houten dan ook veel archeologische sporen uit die periode gevonden. Daarbij gaat het om minimaal twee stenen gebouwen uit de Romeinse tijd. Na het jaar 300 verdwijnt de bevolking.

Houten is rond het jaar 700 ontstaan en is dan niet groter dan enkele boerderijen rond de restanten van een oude Romeinse villa. Het gehucht draagt de naam Haltna en is gelegen in een bosachtige omgeving op de Jutphase stroomrug. Al vrij vroeg is er een kerk in Haltna, die aan het eind van de 9e eeuw voor het eerst wordt genoemd.

Na de Noormannen-periode valt Houten onder het gouw Opgooi, dat wordt bestuurd door de Heer van Goye, vanuit zijn kasteel in ‘t Goy. Langzamerhand breekt de bisschop in Utrecht de macht af en ontstaat het gerecht ’t Goy en Houten. In deze periode worden ook de gronden rond Houten ontgonnen. Het bos verdwijnt en de grond wordt verkaveld. De lagere delen zoals Wulven en Schonauwen (Vuijlcop) worden drooggelegd en vormen een eigen gerecht. Vanuit boerderijcomplexen rond Houten wordt de stad Utrecht van agrarische producten voorzien.

Houten wordt in 1421 door Gelre geplunderd en volledig platgebrand. In de jaren erna is het niet veel beter met dijkdoorbraken, pestuitbraken en het gevaar van vreemde rovende legers. Bedevaartgangers trekken naar kasteel Wulven, waar een Mariabeeldje is die wonderbaarlijke genezing kan bieden. Wanneer in 1528 de macht van de Utrechtse bisschop stopt, start de wederopbouw. In de 16e eeuw krijgt het dorp een nieuwe beeldbepalende kerktoren.

Reizigers vanuit Utrecht naar het zuiden maken in Houten bij deze kerktoren de keuze voor de weg naar Tiel of ’s Hertogenbosch. Het is dan ook de pleisterplaats bij uitstek, waarbij diverse herbergen verschijnen. Franse legers vallen in zowel 1672 als in 1795 binnen. Wanneer ze de laatste keer vertrekken zijn de gerechten opgeheven en de gemeentes ontstaan. Ook zijn er voortaan twee kerken in het dorp.

In de twee eeuwen erna verandert het landschap snel. Er komen wegen, spoorlijnen, bruggen, een kanaal, waterliniewerken en huizen. Tijdens de Tweede wereldoorlog wordt het dorp geëvacueerd en in 1944 meerdere malen gebombardeerd. Daarna begint de groei echt. Utrecht annexeert het meest noordelijkste deel en Houten fuseert met Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Na twee groeitaken is Houten uitgegroeid tot 50.000 inwoners in 2019.