Home > Geschiedenis Kromme Rijngebied >  

Geschiedenis van ’t Goy

Geschiedenis 't Goy

Bewoning in ’t Goy komt vooral in de Late IJzertijd op gang. Er zijn oudere vondsten gedaan in ’t Goy die teruggaan tot in de Vroege IJzertijd. Omdat er weinig aan stedenbouw is gedaan zijn er minder archeologische opgravingen uitgevoerd dan in bijvoorbeeld Houten en is er mogelijk nog veel verborgen. In de IJzertijd nadat de Rijn zich had verlegd via Cothen en Odijk, zijn de hogere delen van ’t Goy ideale bewoningsgronden. Ook tijdens de Romeinse tijd is er intensieve bewoning en aan de huidige Tuurdijk staat een stenen Romeinse villa. Na het jaar 300 verdwijnt de bevolking, maar in de vroege middeleeuwen keert de bewoning terug.

Met de val van Dorestad rond het jaar 900 ontstaat het gouw Opgooi. Centrum ervan is kasteel Ten Goye, dat is gelegen op de plek van het huidige Goysedorp. De graaf die op het kasteel woont is de nieuwe machthebber van de regio. Ondanks dat de bisschop aan alle kanten de macht van Ten Goye probeert in te perken, wordt het kasteel van de graaf alleen maar indrukwekkender. We mogen dan ook aannemen dat er flink wat soldaten in het kasteel woonden. Voor de voeding van de soldaten wordt gebruik gemaakt van de landerijen rond het kasteel. Een belangrijke boerderij is de Oostrummerhofstede die vlakbij is gelegen. Het dorpje dat tussen boerderij en kasteel ontstaat, draagt de naam Oostrum.

De aanwezigheid van het kasteel zorgt ook voor oorlogshandelingen. In de 14e eeuw wordt het kasteel meerdere keren bestormd. De bisschop die Amsterdam stadsrechten geeft, sterft in 1317 in  het kasteel vlak na de bestorming. Wanneer in 1396 de macht van Ten Goye is verdwenen, wordt Oostrum geplunderd door een roofridder uit Cothen.

Oostrum valt in de 15e eeuw onder het gerecht ’t Goy en Houten, zoals het ingeperkte machtsgebied van de voormalige Heer van Ten Goye is gaan heten. Het dorp had een eigen kapel dat verandert in een kerk met een eigen parochie. Na de reformatie kampt de kerk met weinig bezoek en moet ze uiteindelijk haar deuren sluiten. Oostrum gaat voortaan onder de naam ’t Goy verder. De molen die op de wal van het kasteel stond wordt verplaatst naar Loerik.

Ruim 400 jaar lijkt de tijd stil te staan in het kasteeldorp. Er is een brink en een kerk, een rechtshuis annex herberg en verder zijn er veel boerderijen. In 1871 krijgt ’t Goy een eigen katholieke kerk buiten het dorp. Hierdoor hoefden de gelovigen niet meer naar Schalkwijk voor de kerkdienst. Rond de kerk ontstaat nieuwe bewoning en een café en een bakker/winkel. Het zwaartepunt van het dorp verplaatst zich naar de kerk. Voortaan wordt gesproken over het Goysedorp (het voormalige Oostrum) en het ‘Nieuwe Goy’. De voetbalvelden bij de kerk maken na de Tweede Wereldoorlog het ‘Nieuwe Goy’ compleet.