Geschiedenis Werkhoven

Geschiedenis Werkhoven

De eerste bewoning in Werkhoven kwam voor in de IJzertijd op de zogenaamde Werkhovense stroomrug. De kern van van Werkhoven is behoorlijk hoog gelegen en was een veilige toevluchtplaats voor overstromingen. In Werkhoven zijn sporen gevonden van Keltische bewoning, later gevolgd door intensieve bewoning in de Romeinse tijd. Via de Achterdijk en Hollendewagenweg liep vermoedelijk de Limesweg. Deze Romeinse snelweg was in gebruik als verbindingsweg tussen de Romeinse castella in Vechten en Rijswijk (Gld).

De geschiedenis Werkhoven vervolgt zich in de 9e eeuw. Dan komen we Wercundia of Uuerken tegen. Er is dan sprake van een vroonhof, een boerderij met wat huizen en verder landerijen. Ook is er een kerk. Werkhoven heeft net als Houten vrij vroeg een kerk.

De bezittingen in Werkhoven die niet van de Utrechtse bisschop zijn, komen in 1001 in het bezit van de aartsbisschop van Keulen. Aartsbisschop Heribert van Keulen schonk ze in 1019 aan de door hem gestichte Benediktijnerabdij te Deutz. In de 12e eeuw komen de goederen in Werkhoven in het bezit van de Utrechtse bisschop en voegt deze toe aan het deel dat hij al bezat. Binnen het gerecht van Werkhoven laggen twee mini-gerechten waar de bisschop geen lagere rechtsmacht uitoefende.

Rond een stuk een gemeenschappelijk grond ontstaat een meent of brink. Hier verschijnen steeds meer woningen en aan het begin van de 12e eeuw wordt de Stevenskerk hier in tufsteen opgetrokken. Aan het eind van de twaalfde eeuw verschijnt er een toren van tufsteen. Rond 1480 krijgt de kerk een gotisch karakter. De klok is ook uit dat jaar.

Agrarisch dorp

Ruim 1000 jaar is akkerbouw in Werkhoven het belangrijkste middel van bestaan. In eerste instantie gebeurde dit op de Werkhovense stroomrug en stroomgrond van de Oude Rijn (Vanaf 1500 Kromme Rijn genoemd) en later ook in de lagere komgronden. Via een loswal tussen de Herenstraat en de Achterrijn konden producten worden vervoerd naar Utrecht. De Achterrijn is een oude meander van de Kromme Rijn die in 1440 werd afgesneden door de zogenaamde Kalverwetering. In de Kalverwetering wordt nabij Werkhoven aan het eind van de 19e eeuw een sluis/stuw gemaakt.

Aan het einde van de middeleeuwen wordt gesproken over Werconden. Daarna komt de naam Werkhoven voor. Lange tijd blijft het dorp klein, maar in de 18e en 19e eeuw groeide geleidelijk de bebouwing rond de Brink. Andere bebouwing verschijnt langs de Herenstraat en Beverweerdseweg.

In de Franse Tijd worden de gerechten opgeheven en wordt Werkhoven een gemeente. Ze bestaat uit de oude gerechten Werkhoven en Odijk. In 1816 wordt Odijk losgekoppeld. In 1964 gaat de gemeente Werkhoven samen met Odijk en Bunnik op in de gemeente Bunnik. De drie gemeenten hadden sinds 1897 al een gemeenschappelijk gemeentehuis in Bunnik. Het nieuwe gemeentehuis verschijnt dan in Odijk. In 1960 wordt een plan gemaakt voor de uitbreiding van het dorp, dat daarna vorm krijgt.

Een opvallend gebouw in Werkhoven is de watertoren. Deze staat buiten het dorp en vormt bijna het geografisch middelpunt van het Kromme Rijngebied. De watertoren is 43 meter hoog en gebouwd in 1937.

Kasteel Beverweerd

Bij de geschiedenis Werkhoven hoort Kasteel Beverweerd. Dit kasteel staat aan de overkant van de Kromme Rijn. Het kasteel begon als woontoren in de tweede helft van de dertiende eeuw en werd in de loop der eeuwen uitgebreid en verbouwd. Het huidige aanzicht is van 2007 en brengt het kasteel terug in de situatie van 1836.

De eerste bewoners bemoeiden zich met de politiek. Het is een mini-gerecht binnen het gerecht Werkhoven.  In 1563 komt Beverweerd in bezit van de familie Oranje-Nassau. Het wordt een buitenplaats. De Nassaus nemen in 1782 afscheid van het gebouw, waarna het in handen komt van andere adellijke families. In 1958 wordt het ingericht als internationale school.

Kasteel Beverweerd, geschiedenis Werkhoven