Home > Geschiedenis Kromme Rijngebied >  

IJzertijd

Vanaf ongeveer het jaar 700 voor Christus komt bewoning in het Kromme Rijngebied op gang. De Rijn heeft haar definitieve positie gekozen en is een brede rivier op globaal de plek van de huidige Kromme Rijn. De restgeulen van de eerdere Rijn is regelmatig watervoerend. De bewoningskernen liggen op de hogere delen van de Houtense, Jutphase en Werkhovense stroomrug. De laagste delen (o.a. Schalkwijk, Langbroek en delen van Houten) zijn moeras.

De bewoners staan in verbinding met elders, gezien de aangetroffen handelsproducten als barnsteen. In de Late IJzertijd neemt de bevolking flink toe. Ook worden er Keltische munten en sieraden gevonden. Het zijn de Eburonen die zich hier vestigen.

Ten zuiden van het Kromme Rijngebied ontstaat in de Late IJzertijd de Lek. Het is dan nog een kleine waterstroom die zich heeft afgesplitst van de Rijn ter hoogte van Wijk bij Duurstede. Rond ongeveer 35 voor Christus vestigen de Bataven zich in de regio. Ze smelten samen met de Eburonen.