Home > Geschiedenis Kromme Rijngebied >  

Late Middeleeuwen

Rond het jaar 950 start de ontginning van de lagere delen. In eerste instantie gaat het om de gebieden die makkelijk zijn te cultiveren. In 1122 wordt de Rijn bij Wijk bij Duurstede afgedamd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om de omgeving van Langbroek te ontginnen, alsmede Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Weteringen worden gegraven en sloten snijden kavels in het moeras. Nieuwe landbouwgronden komen beschikbaar waarbij de adel en de kloosters een belangrijke rol spelen. Ontginningsdorpen zoals Schalkwijk en Langbroek verschijnen.

Door nieuwe bouwtechnieken is het vanaf halverwege de 13e eeuw makkelijker om stenen huizen te bouwen. In de ontginningsgebieden waar klei voorradig is, verschijnen kastelen met grachten. Ondertussen is er regelmatig oorlog tussen Gelre, Holland, het Sticht, Friesland en Zeeland. Lokale kasteelheren kiezen nog wel eens de kant van Holland, waardoor ze niet populair zijn bij de bisschop van Utrecht.

In de 15e eeuw is de sfeer gespannen in Het Sticht. Bisschop David van Bourgondië kiest ervoor om in Wijk bij Duurstede te wonen. Met de Bourgondische macht op de achtergrond is hij tussen 1470 en 1477 waarschijnlijk de machtigste bisschop van Europa.