Home > Geschiedenis Kromme Rijngebied >  

Romeinse tijd

In het jaar -15 verschijnen de Romeinen definitief in onze streek. De Romeinse Rijn is een brede rivier op ongeveer de plek van de huidige Kromme Rijn en van strategisch belang voor de Romeinen. Niet alleen vormt deze vanaf het jaar 47 de noordgrens van het Romeinse Rijk, ook is het een belangrijke route tussen het huidige Duitsland en Engeland.

De Rijn en noordgrens worden verdedigd door twee Romeinse castella in het Kromme Rijngebied. In eerste instantie zijn deze van hout en vanaf de tweede eeuw van steen. We kennen twee van dergelijke forten: Levefanum ten zuidoosten van Wijk bij Duurstede en Fectio ten zuidwesten van Bunnik.

Fectio was een van de vroegste forten, die in eerste instantie lag op de splitsing van de Rijn en Vecht. Na een grote overstroming rond het jaar 41 verlegde deze riviersplitsing zich naar Utrecht. Tussen de forten liep een Romeinse weg, de Limesweg. In het Kromme Rijngebied is deze aangetoond tussen globaal Utrecht en Werkhoven (N421). Elders is de weg nog niet gevonden, maar zijn er sterke vermoedens.

De Bataven en Eburonen zorgden voor een dichtbevolkt gebied. Gedurende de 1e en 2e eeuw woonden er zo’n 4000 personen in het gebied, waarbij de helft in of rond de Romeinse forten. Op het platteland stonden minimaal acht stenen Romeinse villa’s en verder veel boerderijen. Rond het jaar 275 verlaat de bevolking de streek. Incidenteel blijft er bewoning achter op de hogere delen van het landschap.