Geschiedenis Bunnik

Geschiedenis Bunnik

De geschiedenis van Bunnik gaat terug tot in de IJzertijd. De Rijn stroomde toen door Bunnik. De aanwezigheid van deze rivier is ook de reden dat op de splitsing met de Vecht de belangrijke nederzetting Castellum Fectio verschijnt.

Fectio is een van de belangrijkere steunpunten voor de Romeinen van het huidige Nederland. Vanuit hier wordt de strijd tegen de Friezen gevoerd. In het jaar 47 wordt de Rijn uitgeroepen tot de noordgrens van het Romeinse Rijk.

Een Limesweg volgt de Rijn en loopt van en naar Fectio. Deze Limesweg is waargenomen bij de Marsdijk en bij de Achterdijk ter hoogte van de N421. Op deze laatste locatie is een brug waargenomen die over een restgeul van de Rijn was gebouwd.

Een brug over de Rietsloot van de Limesweg in Bunnik.

In de Laat-Romeinse tijd raakt Fectio verlaten. De Friezen verschijnen in de regio en via de Rijn varen ze naar Dorestad. De restanten van het Castellum Fectio wordt in het jaar 723 aan de bisschop van Utrecht geschonken. Met de stenen werden kerken in Utrecht gebouwd.

Aanvang geschreven geschiedenis Bunnik

Het dorp Bunnik is vermoedelijk in de 9e eeuw ontstaan en wordt dan ook voor het eerst genoemd. Daarmee start de geschiedschrijving van het dorp. Vanaf ongeveer het jaar 1200 krijgt Bunnik een kerkgebouw. Vermoedelijk was er al een voorganger. Het schip van de kerk is van hout en wordt in de 14e eeuw van steen opgetrokken. Bunnik heeft drie brinken: de Arrisbrink, St. Anthonisbrink en de Zoogbrink. Langs de wegen die bij de Kromme Rijn samenkomen ontstaat steeds meer bebouwing en verschijnen de brinken.

Na de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede worden de lagere delen rond Bunnik ontgonnen. Bestuurlijk valt Bunnik rechtstreeks onder de Utrechtse bisschop. In 1540 wordt de schepenrecht ingevoerd. Groot is het gerecht Bunnik niet. Het ligt ingeklemd tussen Vechten, Odijk en Rhijnauwen en het moet het mini-gerecht Ter Hul binnen het eigen territorium dulden. Na de Reformatie blijft de bevolking van Bunnik grotendeels katholiek.

Op boerderijen en op kasteel Rhijnauwen zijn schuilkerken. Andere kastelen in Bunnik zijn Cammingha en Oud-Amelisweerd. Deze laatste was een ridderhofstad. Koning Lodewijk Napoleon was van plan om van Amelisweerd zijn residentie te maken, maar hij is er niet langer gebleven dan acht dagen.

De huidige gemeente Bunnik is een samenvoeging van diverse gerechten en mini-gerechten, waarvan Odijk en Werkhoven de belangrijkste zijn. Rond de Franse Tijd vielen ook de gerechten Maarschalkerweerd en De Koppel onder Bunnik. Deze gingen later naar de gemeente Oud-Wulven.

In 1844 verschijnt er een spoorlijn dwars door Bunnik. Ook worden er twee grote waterlinieforten gebouwd: Fort bij Vechten en Fort Rhijnauwen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw worden veel huizen gebouwd en trekken bedrijven naar Bunnik.

In 1964 worden de gemeenten OdijkWerkhoven en Bunnik samengevoegd in de nieuwe gemeente Bunnik. De drie gemeenten hadden sinds 1897 al een gemeenschappelijk gemeentehuis in Bunnik. Het gemeentehuis wordt verplaatst naar Odijk.